Zie mijn hondendier voor mij staan
Op vier pootjes met een parmantig staartje, die je blij kan verwelkomen
Bruine ogen omgeven in een witte vacht, waar mijn handen doorheen gaan
Twee puntige oortjes, maken een uiterlijk om in weg te dromen
Als je voor mij staat voel ik zoveel
Liefde, verrukking, blijdschap en vertrouwd
En jouw onvoorwaardelijke aandacht, die ik met jou deel
Jij en ik samen, een innige band zonder moeite opgebouwd
Als de zon en de blauwe lucht ons omgeven tijdens een wandeling
Zie ik jou met de neus op de grond, speurend naar iets dat lijkt op avontuur
Je bent een echte fanatiekeling
Terwijl ik ondertussen de horizon aftuur
Geluk en ontspanning is wat ik samen met jou vind
Omgeven door de prachtige natuur
Die ik zo erg bemind
Jij staat daar ook in, als een klein miniatuur
Klein en dapper, een groot hondje in een klein lichaam
Dat bewijst jouw karakter keer op keer
Wanneer wij anderen tegenkomen, ben je niet altijd bedachtzaam
Enthousiast, nieuwsgierig, vol zelfvertrouwen,
zet jij het karakter van de Westie neer
Dartelend, met een gekke sprong vervolg jij je weg
Maar ondertussen ook zoveel mogelijk luisteren
En doen wat het vrouwtje zegt
Maar komt er iets spannends op mijn pad, dan ben ik het spoor duister
Een loslopende poes, kip of zomaar iets geks
Dan ga ik erachter aan en doe ik wat ik wil
En als het maar even kan, spring in een sloot vol met drek
Maakt me niets uit dat ik dan thuis in bad moet in mijn blote bil
Maar lopen jij en ik samen in de rustige natuur
Genieten wij volop en vervolgen wij onze gezamenlijke weg
Hopend op een lang mensen-en dieren leven met veel avontuur
Op een bankje zittend met jou snuffelend om mij heen
Dan is geluk heel gewoon
Een aangenaam gevoel met mijn Westie-hond
Vandaar dit kleine eerbetoon
Aan jou mijn kleine vriendin, mijn kleine “dom en blond”
Dat laatste klinkt wat oneerbiedig
Maar dat is het in zijn geheel niet
Jouw koosnaampje, al is het wat eigenaardig
“dom en blond” hoort bij mij, een groot bezit, zoals je ziet
Op zich gaat het allemaal wel, het leven gaat door
Het voorjaar zit in de lucht, maar jij komt er niet meer in voor
Ik dacht dat jij nog wel van het voorjaar genieten zou
Maar je verdween in de winter, alleen in de kou
Nog raak ik je aan, maar de afstand wordt al groot
De weken en de dagen verstrijken na jouw dood
Ik droom je terug bij mij, mijn hand houdt jouw koppie goed vast
Die bruine ogen, die zo goed in mij herinnering past
Mijn andere hand die door jouw vacht glijdt
Jouw tevreden blik, die mij elke keer verblijdt
Jij en ik horen innig bij elkaar
Dat ooit eens de dag van afscheid zou komen, zag ik als een groot gevaar
Hoe vaak heb ik tijdens onze wandelingen daar aan gedacht
Terwijl jij vrolijk voor mij uit huppelde, voelde ik de grote onmacht
Ik kon het mij niet voorstellen, dat die dag eens zou komen
En nu opeens woon jij in mijn dromen
Oh, zat jij maar even hier
Want jij was voor mij meer dan alleen maar een hondendier
De laatste nacht bij , sliep je naast mijn bed
Ik had je in je mandje dicht bij mij gezet
De hele nacht lag mijn hand op jouw zieke lichaam
En ik wist, jij gaat bij mij vandaan
Ik zou je moeten loslaten, het deed zo’n pijn
Maar ik mocht om jou niet egoïstisch zijn
Mijn gedachten aan jouw mooie leventje bij mij, tien jaar
Het was elke dag een feest voor jou en mij, nietwaar
Ik heb beslist over jouw zieke lichaam
Ook al mocht jij niet bij mij vandaan
Hartverscheurend toen je langzaam op mijn schoot ging slapen
Om vervolgens nooit meer te ontwaken
Dit was wat ik jou nog kon geven
Een fijne dood, dicht bij je vrouwtje, het laatste dat wij samen mochten beleven……
Mijn/onze Boomerhond en alweer acht jaar geleden dat je bij ons kwam
Een verdriet moest je opvullen, wat eigenlijk niet kan
Mijn eerste hondje zo wit als sneeuw
Moest er op dat moment een tegenovergestelde kleur komen, want het zou anders teveel pijn doen
Dus kwam jij met je zwarte vacht en witte borstharen
Twee kleine jongentjes van drie en zes jaar, die vol verrukking waren
Je kreeg de naam Bobbie, omdat Ernst Bobbie en de Rest op TV zo populair bij hen waren
En de kleinste maakte nog de grappige opmerking: “we kunnen hem ook wel Pieter noemen”
Maar het werd Bobbie, Bobs, Bobstijn, Bobbie Dykstra
En jaren later gaven Renske en Marije jou de naam BobbeleBob
Wat moest ik aan jou wennen, geen Westie karaktereigenschappen
Een scheiding vlak na jouw komst, een nieuw bestaan opbouwen
Na het verlies van mijn eerste hondje en je gezin
We deden een puppycursus, die niet erg succesvol werd
Maar toch kon ik je goed hanteren en werd je best een brave hond
Al werd je snel fel naar andere honden toe, vooral de groteren, maar toch is het nog altijd goed te begeleiden
En als een grote herdershond jou op een zonnige woensdagmiddag in de bek neemt
Is dat best te begrijpen, als de kinderen met dat verhaal thuiskomen
Na vier jaar kwam er een Westiepup in ons kleine gezin
En wat was je boos, je wou er niks van weten
Twee dagen grommen en chagrijnig zijn
Maar na de tweede dag en met wat rust in huis, is het goed gekomen
Zittend op de grond met jou aan de ene kant en de pup op veilige afstand
Kon je na een uurtje dat witte Westie-ding toch waarderen
En brak de tijd aan voor een innige vriendschap die nu al vier jaren duurt
Ook mijn vriendinnen, die na de zorg voor jou een beslissing namen om ook voor een Boomerhond
te kiezen
Dat is toch uniek, want je hebt vele harten veroverd
En of we nu met Rinus&Froukje wandelen of met Gurbe erbij
Er is maar één de aanvoerder en dat is onze BobbeleBob
Met je korte pootjes, maar je brede sterke borst en je neus hoog in lucht, bescherm jij je roedel
Gaat het te gek,gaan je haren overeind staan en bewaak jij alles wat je lief is
En thuis, kan je ons met duizenden kusjes over je gezicht overladen
Ben je gek op je tennisbal en kan je voetballen als de beste
Altijd enthousiast en mag Rakker jou in een goeie bui in je oren happen
Wanneer je in volle vaart over je geliefde paadjes van ons dorp hobbelt
Mijn Bobs, Riekele zijn alles, Rakker’s steun en toeverlaat, ik hoop dat je nog lang bij ons bent
Want wij houden van die ene Boomerhond : BobbeleBob
Vanavond na het eten gaan mijn zoon en ik met Rakker en Bobbie te wandelen. In het donker en we nemen in ieder geval een zaklampje mee. We wonen in een dorp en nemen de route tussen de weilanden door, over de Alde Hiemen ( zo heet dat hier in Friesland )
Rakker ( de Westie ) zie je altijd wel wat oplichten in het donker met haar witte vacht en we noemen haar lachend "Casper het Spookje" .
Bobbie onze Boomer is zwart, daar zie je niet veel van terug in het donker, dus vandaar ook de zaklamp. En voor onszelf natuurlijk, dat we het wat beter kunnen zien waar we lopen.
Ineens speert Rakker weg, oh, oh, die heeft weer wat in de neus. Onder het prikkeldraad door dendert ze door het natte weiland en jah hoor mevrouw heeft een egeltje gevonden. Tenmniste een stekelig iets ligt daar. We schijnen met ons lampje en Rakker drukt enthousiast zijn neus in de stekels, prikt schijnbaar niet eens zoveel.
Arm egeltje in het verlaten, donkere, natte weiland,
kom je Casper het
Spookje tegen.
Met pijn en moeite krijgen we haar bij het egeltje vandaan. Onze Boomer kijkt ons aan van wat een gezeur en een drukte om zo'n stekelig beest, doet mij niets. Maar een echte Westie is volhardend en eigenwijs. Goed dat ze toch een beetje opgevoed is en huppelt even later vrolijk in het donker naar huis. En het egeltje in het weiland? Zal toch vannacht wel een warm rustig plekje vinden?
Lief, mijn lief zou er een ( honden ) hemel zijn
Wanneer de lucht felblauw is en de wolken als donsjes aan de hemel hangen
Tuur ik vaak naar boven en zie ik dan jouw mooie koppie achter dat dons?
Ja als ik echt goed kijk, zie ik je echt
Je bruine ogen lachen mij toe
Zou je mij ook missen, zoals ik jou vreselijk kan missen
In de moeilijkste tijd van mijn leven, was jij bij mij als mijn grootste vriend en liefde
Familie, vriendinnen en vrienden had en heb ik genoeg
Maar niemand zo trouw en aanwezig als jou
Als ik thuiskwam stond je altijd met je pootjes tegen het onderste raampje bij de voordeur
Onze blijdschap als we elkaar na een paar uur weer zagen
Was er verdriet, lag je koppie op mijn schoot
Samen tv kijken, je lag altijd dichtbij mij op die kleine 2 zitbank
Al die wandelingen, ik was niet alleen, als een schaduw volgde je mij
Stelde mijzelf zoveel vragen over de toekomst, jij was mijn troost
Wat hadden we een lol met de veertig lessen hondentraining
In de auto naar de manege in Katlijk en als we het erf opreden, ging je bijna dwars door de ramen
Dolenthousiast naar je hondenvriendjes en ik naar de hondenliefhebbers
In de manege honderden rondjes lopen samen en je leerde zo snel
Ken je de oefening nog: blijf en wachten?
Dan moesten alle hondjes blijven liggen en wij uit de bak
Stonden wij achter een grote staldeur te gluren of jullie gehoorzaamden
Je deed het als de beste
Als ik weer in de bak kwam, lag je nog net zo mooi af
Dan werd mijn hart warm van trots, nog meer liefde erbij
Mijn hart was zo groot voor jou
Jij klom daar met al jouw Westie-liefde in, ontroerend
En ik was zo dankbaar
En mijn vader en moeder, die niets van honden moesten weten
Maar toen jij en ik daar voor het eerst kwamen
Zei Mamma: “Je moet dat kleine beestje niet direct zo’n eind laten lopen”
En werden zij ook met de dag trotser op jouw gehoorzaamheid
En zeiden ze vaak: “we houden niet van honden, maar Doerak is een uitzondering
Wat een gehoorzame hond, Anita kan er alles mee”
We verhuisden van Heerenveen naar Terwispel
En in dit dorp genoot je zo van alle vrijheid.
Je lessen zorgden ervoor, dat je bijna nooit aan de riem liep
Steevast volgen op straat aan de linker voet
En op de vrije paden alle pootjes van blijdschap in de lucht
We telden samen tijdens onze wandelingen de dagen van mijn dikke buik af
En jij paste je aan op mijn slakkengangetje
De nacht dat Evert werd geboren, je zat de hele nacht op de onderste traptrede
Dokter, kraamverzorgster, ze struikelden over jou, maar jij ging niet aan de kant
Hoe ontroerend was je toen je bij mij kwam kijken met mijn baby in mijn arm
Heel voorzichtig je eerste kusje aan mijn kind
Je sloot het net zo snel in je hart als mij
Drie jaar later weer een nacht op de onderste traptrede
De dokter en de kraamverzorgster raakten eraan gewend
Riekele kwam, maar vrouwtje moest daarna naar het ziekenhuis
Je verdrietige ogen, een slik over mijn neus op de brancard voordat ik wegging
Zal het nooit vergeten, staat gebrand op mijn netvlies
Evert’s derde woordje na een jaar was “Koeka”en Riekele zei “Ka”
En wat heb jij ze afgelebberd als ze over de grond kropen
Nooit jaloers geweest en wat hielden de jongens ook van jou
Riekele was 4 jaar toen je bij ons wegging, maar er hangt nog altijd een foto van jou naast zijn bed
Ik droom je terug bij mij, maar niets is tastbaar
Enkel mijn mooie herinneringen aan jou
Ik hoop dat je daar op die donzige wolk, denkend aan mij en op mij wacht…….
Ach lief, mijn lief, als mijn tijd komt
Wil ik jou daar als eerste tegenkomen
Wil ik jou in mijn armen sluiten, je weer ruiken, voelen en je slik over mijn gezicht
Dan verdwijnen we samen in het niemandsland
Och, lief mijn lief wat zou dat een heerlijke ( honden ) hemel zijn
Vanavond even niet opgelet tijdens onze wandeling
We kijken achterom, maar geen Rakker te bekennen
We speuren de hele omgeving af, maar geen Rakker in de afspiegeling
Opeens zien we achter in het weiland iets wits rennen
De ogen op scherp en jah hoor we volgen haar
Hoppend, springend als een haas
Tussen de boterbloemen, de veldzuring, de pinksterbloem aldaar
Heeft ze het reuze naar haar zin en lapt de regels aan haar laars
Haar neus volgt een spoor
Is tegen dovemansoren
Waar ze zich nergens aan stoort
Ze wil gewoon haar impuls met haar speurneus scoren
Jonge haasjes in het weiland of eenden en of vogeleieren
Maakt haar niet uit of ze het compleet verstoort
Wij zien weidevogels over haar heen scheren en hun wet beijveren
Dat is hun goed recht, hun oprechte antwoord
We zien haar uiteindelijk weer een duik nemen door de sloot
Volgt de smalle weg terug naar ons
Een witte streep, met haar pootjes in een uitgekiende doorstoot
Met haar tong uit haar bek, maar vrolijk als altijd en door haar wilde avontuur enigszins verslonst
Kan ze hijgend en puffend onze wandeling hervatten
Oh, ho een Westie is soms niet te bevatten
Slaperig en snuf, snuf kom ik uit mand
Word tijd voor een plasje in de tuin
Ik was zo ver weg in dromenland
Vandaar dat ik langzaam het groene gras in struin
Eerder op de avond na het eten met vriend Bobbie aan de riem
Op weg naar onze avondwandeling
Zouden al snel bij de brug onze vriend Gurbe ook zien
En het weer zat na gisteren in een grote omwisseling
Liepen we gisteravond daarvoor in een heuse regenbui
Ik deed nog wel enthousiast, maar thuis mijn vacht in een grote handdoek
Gaf ik aan die wandeling en die dag al gauw de brui
Maar nu de weeromslag van nazomer , uit een hele andere windhoek
Al gauw had ik in de gaten dat het een prachtige wandeling ging worden
En al speurend ging ik het Kolderveen op
Lekker vrij en blij na de buiten- de- bebouwde -kom borden
En mijn hartje maakte van blijdschap een enthousiaste hartklop
Door naar achteren langs de vaart
Even stoppen aan de rand daarvan voor een frisse duik
En hup verder het weiland in , waar schapen staan, maar ik negeer ze bedaard
Want het is het wild zoals reeën en hazen wat ik ruik ,mmmmmmmm
Even zijn de distels en brandnetels volop aanwezig
Maar vrouwtje begeleid mij goed
Moet onder een hekje door klimmen en dat doe ik snel, omdat ze mij aanmoedigt
Kom op Bobbie en Gurbe niet treuzelen : we gaan verder met volle moed
Boomer-hondjes die hebben niet de pit van een echte Westie
Dus dartel ik als eerste verder het open weiland op
Ik weet het, ik ben een beetje crazy
Maar reeën, konijnen en paarden zijn er in zicht waar ik op afhob
Na het weiland komen we bij het zandpad, ik heb ze nu goed in de neus
Vrouwtje ziet nu ook de reeën staan, moeder met een jong
En gaat ze fluisteren , dat is wel wat dubieus
Het liefste maakte ik nu een reuze zweefsprong
Maar ik laat de moeder met het jong toch met rust
De westie in toom ben ik en niet die van de Schots Hooglanden
Peins ik nu na in mijn mand met een diepe zucht
Ik duik verder in mijn dromenland en maak mijn Westie- karakter niet ten schande
Zie mijzelf vliegen in de Schotse heuvels vol wild
En mijn gesnurk is nu nog het enige wat natrilt
Zo één keer in het jaar mag ik met mijn vriend Bobbie mee op vakantie
we hebben een mooie reisbench , daar slapen dan wij ook samen in
Het is iedere keer weer een hele invasie
na een lange autorit, installeren in de caravan en zijn we aanwezig desalniettemin
Worden we bij de voortent aan de riem gelegd
jeetje wat een beperkte vrijheid
Is hier hartstikke spannend, dit is géén voorrecht (?)
maar blijkt elke weer een kleine bijkomstigheid
Vakantie is avontuur, een nieuwe omgeving
nieuwe geurtjes, nieuwe paadjes, volop aandacht en rust
Wat een intense beleving
ik heb zelfs meegemaakt, een konijn op een meter afstand, dat was een onbetwistbare lust
Dit jaar gingen we naar Drenthe en gingen we alle dagen in het bos wandelen
op een avond zouden wij een nieuwe route nemen, zei het bazinnetje
Ik ging aan snel achter haar aan trippelen
Misschien vind ik een konijn in een holletje
Moest ik bij een aardappelveld ook nog dom poseren
op de foto met van die blauwe korenbloemen
Dat kon mij absoluut niet amuseren
want in mijn neus en in mijn gedachten zag ik iets opdoemen
Yes, buiten haar aandacht om, onder het prikkeldraad het weiland in
ik had het goed geroken, hup daar ging ik
Jah een haas, ik kom eraan om jou te verscheuren, dit is nog maar het begin
Ik heb je in mijn vizier, in mijn eigenwijze Westie-blik
Bazinnetje maar roepen, ja ik ben gek
In één witte streep ben ik vertrokken
denk maar niet dat ik wat van jou aantrek
Niemand kan mij bij die haas weglokken
Maar wat hoor ik nu, een zwaar roffelend geluid
oeps nu maken dat ik wegkom, draven zo hard als ik kan, dit is eng
Vier grote gevaartes achter mijn aan, wat onheil aanduid
ik hoop dat ik mijn weg terug volbreng
Vier grote paarden hadden mij in het vizier
ik was hun te snel af en stond gauw veilig aan de ander kant van het prikkeldraad
domme beesten, gunnen zij mij nu geen plezier
Nou heb ik geen haas, verscheurd in mijn heldendaad
Zuchtend vervolg ik mijn weg achter het bazinnetje aan
opnieuw niet mijn daden kunnen bewijzen
Ik heb geen haas, snik, mijn vakantiegevoel is eraan
Val neer in mijn bench en ga in mijn dromen mijn westie-eigenschappen maar eens aanprijzen