Muziek maakt veel bij mensen los, ook bij mij.
Je word er blij van, verdrietig, fijne herinnering kan het oproepen, het is zo veel omvattend. Ik kan altijd aan de keuze van muziek zien in welke stemming ik ben. Vorig jaar toen mijn vader overleed, luisterde ik keer op keer naar zijn afscheidslied Adieu. De tekst sneed mij door mijn ziel, het was zijn waarheid, maar deed zo'n pijn dat ik hem moest loslaten. Maar hoe vaker ik er naar luisterde, hoe meer rust mijn verdriet kreeg.
Muziek troost
Adieu
't Is voorbij, ik moet gaan
Zonder spijt, zonder traan
Zo is heel vaak het leven
Adieu
't Was een heerlijke tijd
Alle ruzies ten spijt
Maar het duurde maar even
Adieu
Het is moeilijk, adieu
Maar het leven gaat door
En je weet van te voren
Adieu
Er komt ooit een adieu
Onontkoombaar een afscheid
Adio, adios
Adieu
Hoogste tijd om te gaan
Geen ontkomen meer aan
En het leven zal doorgaan
Nooit zal 'k vergeten, nee nooit
Want ik weet dat ik ooit
Weer terugkom
Adieu
Muziek kan mij ook ontzettend blij maken. Vooral de onderstaande tekst, geeft mij de laatste jaren een bevrijdend gevoel: Dat ik de pijn heb overleefd.
Er komt een dag dat je dansen wilt
Er komt een dag dat je lacht
De dag waarop je niet eens meer weet, wat je net nog hebt bedacht
Er komt een dag dat je weer leven wilt
En mijn dwalen vergeeft
Dat is de dag waarop je trots zal zijn dat je de pijn hebt overleefd
En ik hef het glas
Op de rest van de dagen
En ik zeg ze vaarwel
Alle zinloze vragen
En ik drink op jou en drink op mij
Ik drink met de toekomst aan mijn zij
En sta open voor liefde, ik sta open voor jou
Er komt een dag dat je dansen wil
Op ieder moment
De dag waarop ik je vriend zal zijn in alles wat je bent
De dag dat je vergeven wil, is de dag die ons bevrijdt
Dat is de dag waarop je geen slaaf meer bent maar de meester van je tijd
En ik hef het glas Op de rest van de dagen
En ik zeg ze vaarwel
Alle zinloze vragen
En ik drink op jou en drink op mij
Ik drink met de toekomst aan mijn zij
En sta open voor liefde, ik sta open voor jou
Ik kreeg wat ik verdiende maar kom nu maar gauw
En dan heffen we het glas
Op de rest van de dagen
En ik zeg ze vaarwel
Alle zinloze vragen
En ik zing voor de mensen in de straat
Ik zing voor te vroeg en nooit te laat
En sta open voor liefde, ik sta open voor jou
Wanneer komt de Nije Dei, een vraag die ik mij vaak gesteld heb.
In 1997 werd dit nummer van de Friese Band de Kast een hit en vanaf het begin had de Nije Dei een meeslepende invloed op mij. Later toen ik alleen met mijn jongens een leven weer opbouwde, vroeg ik mij vaak af: komt er ooit weer een Nije Dei, een liefde die zegt: "Geef mij je hand". In 2005 nam mijn Ware Liefde mij bij de hand en begon voor ons samen de Nije Dei
De nacht is foarby, de sinne is frij, omheech te gean
Aanst wurdt it dei, de moarn is te nij, om stil te stean
It libben wie wrang, it wachtsjen te lang.
Mar 't nimt in kear
Wês mar net bang, nea wer bang, it hoecht net mear
Der sil gjin dei begjinne, dat ik net by dy bin
Gjin oerwurk foar ûs rine, sûnder sin.
Jou my dyn hân, jou my dyn hert
Asto it doarst mei my
Hjir is myn hân, hjir is myn hert
'k Jou myn bestean oan dy
Lang wie it kâld en tsjuster,
aanst komt de dei
Fynt it ljocht syn wei, yn in nije dei
'k Kaam net ût e rie, it paed dat ik gie, it wie sûnder ein
De tiid dy't der wie, it hert dat ik hie, it wie fersein
'k Ha my oan dy jûn, mysels yn dy fûn, 'k gebjin op é nij
Leafde hat wûn, twa minsken bûn, mar fugelfrij
Der sil gjin dei begjinne, dat ik net by dy bin
Gjin oerwurk foar us rinne, sûnder sin.
Jou my dyn hân, jou my dyn hert
Asto it doarst mei my
Hjir is myn hân, hjir is myn hert
'k Jou myn bestean oan dy
Lang wie it kâld en tsjuster,
aanst komt de dei
Fynt it ljocht syn wei, yn in nije dei
De ljochten yn de spegel ferdwine efter my
de stêden kleurje read ik ryd der oan foarby
allinnich yn de polder tusken hjoed en moarn
troch de smoutte fan de nacht wêr 't it lûd is ferstoan
moarn sil de sinne skine foar my en begjin ik opnij
ferdwynt de pine yn my en begjin ik opnij
de moanne skynt oer it wetter en de diken jouwe ljocht
myn ferlangst haw ik folge mar ik fûn net wat ik socht
ik wie dagen yn de frjemte noch nea wie ik safier
yn in stêd sûnder leafde wêr 't de kjeld fielber wie
moarn sil de sinne skine foar my en begjin ik opnij
ferdwynt de pine yn my en begjin ik opnij
safaak haw ik dizze wie al riden en wie it tsjuster yn myn hert
wie it isskâld om my hinne en wie ik warch leech en let
moarn sil de sinne skine foar my en begjin ik opnij
ferdwynt de pine yn my en begjin ik opnij
sil de sinne skine foar my en begjin ik opnij ferdwynt de pine yn my en begjin ik opnij opnij
De lichten in de spiegel verdwijnen achter mij
de steden kleuren rood ik rijd er aan voorbij
alleen in de polder tussen vandaag en morgen
door de beschutting van de nacht waar het geluid is verstorven
morgen zal de zon schijnen voor mij en begin ik opnieuw
verdwijnt de pijn in mij en begin ik opnieuw
de maan schijnt over het water en de wegen geven licht
mijn verlangen heb ik gevolgd maar ik vond niet wat ik zocht
ik was dagen in de vreemdte nog nooit was ik zo ver
in een stad zonder liefde waar de kou voelbaar was
morgen zal de zon schijnen voor mij en begin ik opnieuw
verdwijnt de pijn in mij en begin ik opnieuw
zo vaak heb ik deze weg al gereden en was het donker in mijn hart
was het ijskoud om mij heen en was ik moe leeg en laat
morgen zal de zon schijnen voor mij en begin ik opnieuw
verdwijnt de pijn in mij en begin ik opnieuw
zal de zon schijnen voor mij en begin ik opnieuw
verdwijnt de pijn in mij en begin ik opnieuw opnieuw
Het kleine meisje beleeft haar eerste herinnering
Het is stil, warm en hoort vanaf beneden vertrouwende geluiden
Bij Opa en Oma ligt ze in het kleine bedje in de zomeravondschemering
Duim in haar mond, de slaap die zich aanduidde
Om haar heen de eenvoud van het arbeidershuisje zo klein
De loper op de smalle trap met gepoetste roedes
Kraakhelder is alles bij Oma en gezellig, zo fijn
De vertrouwdheid als een warme deken, alleen maar het goede
Ze zal de volgende ochtend wakker worden van de duiven die koeren
Bij de buurman in de tuin
Ze zal er verwonderd naar liggen luisteren en haar nachtrust wegvoeren
Onder het dak boven haar ietwat schuin
Als de ochtend begint, zal ze haar Opa zien
Zittend aan de tafel met voor zich zijn scheergerij
Hij zal er straks netjes uitzien
Maar eerst zijn gezicht vol schuim en de scheerkwast schurend over zijn blozende wangenpartij
Een dagelijks ritueel, maar voor het meisje indrukwekkend
Haar grote lieve Opa, haar held
Warm, vol liefde en een karakter van een en al opwekkend
Wie wil nu niet zo’n Opa in haar blikveld
Oma zal even later druk doende door haar huishouding gaan
Met al haar aandacht aan het meisje om het haar naar de zin te maken
Drukt ze haar een centje in haar handjes voor de snoepwinkel op de hoek, niet ver vandaan
Mag ze daar wat kopen en hoort ze de oude plankenvloer van de winkel lichtjes onder haar voetjes kraken
Terug en op de schommel in de tuin zingt ze het hoogste lied
Opa in zijn timmerschuurtjes en even later kijkt ze bij hem om het hoekje
Bestudeert de prachtige vormen van de houtkrullen, die Opa overliet
Hij drinkt koffie met Oma en het meisje krijgt een lekker koekje
En ze zit even later in een donkerbruine oude stoel
In het piepkleine (tuin) huisje, waar Opa zijn kanaries ook wonen
Met een binnen-en buitenhok en een knus zitplaatsje om te kijken naar de beestenboel
Kan het meisje daar heerlijk wegdromen
Met wat oude boeken op een plank
Gordijntjes voor de ramen
Kanaries die vrolijk heen en weer vlogen, hun gezang als een toverklank
Werd deze eerste herinnering in zijn geheel geen zeldzame
De basis gelegd voor een meisje nog zo klein
Prachtige herinneringen aan een tijd
Vertrouwd, warm, vol aandacht van haar Opa en Oma in haar bijzijn
Een mooie eerste herinnering van een meisje uit de jaren zestig tijd
De Familieboom
Als de takken in de wind
Staan we hier bij elkaar
In stormachtig weer
Gaan we er samen doorheen
Zo staan wij hier verzameld
steunend op elkaar
Om diegene te laten gaan, die we niet zullen vergeten
Nu we afscheid nemen
Van één ons eigen
We kunnen ons eenzaam voelen
Maar we zijn niet alleen
Hoewel de bladeren vallen
En de tranen zullen vloeien
Moge het ons troosten om te weten
Dat familieboom altijd zal groeien
Vader tot zoon, moeder op dochter
Dikker dan water, zijn we gemaakt
Uit de aarde stijgen we op
Naar de aarde keren we terug
We houden een kaars brandend
Voor degene die we zullen missen
En wanneer we afscheid nemen
Om één van onze eigen
We kunnen ons eenzaam voelen
Maar we zijn niet alleen
Hoewel de bladeren vallen
En de tranen zullen vloeien
Moge het altijd ons troosten om te weten
De familieboom zal altijd groeien
Die is sterker dan de wind kan blazen
De familieboom zal altijd groeien
Iedere dag als ik kijk in de spiegel
Verlang ik naar mijn frisheid
Die er vroeger was, zo vanzelfsprekend
Lachrimpels rond mijn ogen
Die alleen maar blijdschap vertoonden
Fris koppie met heldere blauwe ogen
Omringt door blonde krullen
Een lach die het kompleet maakte
De lachrimpels rond mijn ogen zijn er nog steeds
Maar nu vergezeld met oogleden die slapper gaan worden
De blijdschap laat de tijden van weleer zien
Het frisse koppie laat het ouder worden zien
De heldere blauwe ogen stralen als het vergezeld gaat met de make-up
De blonde krullen hebben ook meer tijd en aandacht nodig
En boven mijn lach, kijken de rimpels evengoed mee
Wat voorheen zo vanzelfsprekend was
Is nu een zucht van heimwee
Naar de jeugd, de frisheid, terwijl je weet dat die achter je ligt
Een foto in je hand van weleer, doet je het des te meer beseffen
Dat de ouderdom je nu gaat verwelkomen
Tegenwoordig kan je dit allemaal bestrijden
En trek ik met mijn vingers de rimpels aan de kant
Hoe zou dat lijken als ik mijn gezicht eens onder handen laat nemen
Een diepe zucht.......
Wil ik dat de eeuwige jeugd in mijn gezicht
Nou nee................
Maar wil de ouderdom ook niet tegenkomen
Dus gewoon maar accepteren?
Maar mannen worden mooier en interessanter na het verstrijken der tijd
Vrouwen worden bekeken: goh dat was eens een mooie meid
Je kan zien dat zij boven de veertig is
Het gezicht neemt plaats, waar jezelf niet wilt zijn
En wat deed ik met mijn frisheid van toen
Toen ook al kritisch turend in het spiegelbeeld
Ach had ik er maar meer van genoten
Zou dat geholpen hebben……
februari 2009
Dag huis, dag lieve oude woning
Dag huis, dag lieve oude woning
Ik vond het al met al zo fijn
Een warm gevoel, een dierbaar plekje
Een leven lang aan de Visserwei………..
Mijn huis aan de Visserwei
Ik heb er mijn nieuwe bestaan opgebouwd,
veel gejankt om mijn scheiding en mijn kindjes,
uren doorgebracht kletsend met mijn vriendinnen,
hard geknokt voor mijn bestaan,
Mijn verlies om mijn baan, mijn laatste stukje zekerheid kwijtraakte
hard gewerkt voor een nieuwe baan en gezocht naar de goede en juiste oplossingen voor de jongens,
met hun vader moeizaam een nieuw ouderschap opbouwd
Veel nagedacht over mijn leven, in gedachten verzonken aan de tafel met mijn glaasjes wijn en een ( slechte) peuk
vaak muziek gedraaid, waar de tranen ruim bij vloeiden
Veel geldzorgen had, maar altijd weer trots op mijzelf was, als ik het weer had gered
zo leerde om creatief met het geld om te gaan
Zag hoe mijn oudste voetbalde op het veldje voor huis
hoe ik uiteindelijk mijn jongste los moest laten om alleen naar school te gaan
hoe hij voor het eerst bij zijn broer achterop zat op de fiets
en later stuntelend zelf op zijn fiets stapte
en dat ik moest blijven zwaaien bij de voordeur, tot aan het einde van de straat
De kinderen speelden achter het huis van de buren
een hut bouwden, oorlogje speelden en thuis kwamen met een kletspoot
mijn jongste “trouwde” met zijn buurmeisje en alle kinderen kwamen op het feest
Kletsend op straat met alle buurtjes
kleine kinderen in de speeltuin
de tuin versierde voor het dorpsfeest
en op 11 november door de straat liep met mijn jongste
Een innige band opbloeide tussen mijn lieve zorgzame overbuurvrouw en mij
Samen zoveel overeenkomsten een steun voor elkaar
Vele, vele uurtjes achter de computer door bracht
achter die computer mijn ware liefde tegenkwam
en niet durfde te hopen op een relatie met hem
Hoe ik mijn ware liefde vond, op de 2e kerstdag 2005, in de Nije Dei
Waar hij mij aan zijn hand nam
En ik zijn onzekerheden zag veranderen in een zelfverzekerde man
op vele gebieden…………
Waar ik hem vaak miste als hij zijn plekje niet had bij mij
en de leegte die hij dan achterliet en me dan even niet meer thuis voelde op de Visserwei
wat de dag daarna weer over was, als ik mijn momenten weer met mijn jongens had
Waar een klein wit hondje Rakker groter werd
en bij een buurvrouw in de vijver dook
en zij en ik geen maatjes meer waren
Hoe ik zag hoe mijn andere buurvrouw haar nieuwe bestaan opbouwde
en ook haar verdriet om haar scheiding zag en voelde
en zij ook knokte voor haar nieuwe bestaan
dat we samen korte, maar doordachtzame, gesprekken voerde over de schutting in de tuin
Ik alleen in de tuin zat op een mooie zomeravond, boven mij duizenden sterren aan de donkere hemel
de merels hoorde fluiten
De koeien loeiden van familie Jorna en die verrekte schorre haan bij de achterburen
de vaart van Terwispel zo dichtbij, een ondergaande zon
de tuin die zoveel aandacht vroeg en mijzelf zielig vond als ik weer het gras moest maaien
En die ene prachtige dag ( maart 2005 ) toen er zoveel sneeuw viel
ons zwarte hondje Bobbie de Boomer verdween in de sneeuw
en mijn jongens beleefden de dag van hun leven………
Drie jaren in ons huis, in ons thuis
drie heerlijke jaren die voorbijvlogen, maar die ik altijd zal blijven koesteren
Dag huis, dag lieve oude woning
Ik vond het al met al zo fijn
Een warm gevoel, een dierbaar plekje
Een leven lang aan de Visserwei………..
En voor de toekomst: “ Ik springin het diepe met mijn ogen dicht"
mei 2007
De Flirt
In de de Dikke van Dale staat:
Een flirt is een niet serieus bedoelde versierpoging
En komt bij mij de vraag
Is een flirt wel of niet een serieus bedoelde versierpoging?
Je ziet of ervaart het overal
Buiten op straat,op je werk of in de kroeg
Het komt als een onverwachts voorval
Die gewenst of ongewenst invoegt
Een mooie meid die loopt in het centrum van de stad
Een bouwvakker die het ziet
En roept ineens wat
De mooie meid die de verleiding biedt
Zij reageert niet en stapt rustig voort
De bouwvakker die nakijkt
en in zijn werk is verstoord
vraagt zich zuchtend af waarom zijn flirtpoging niet is bereikt
De man en de vrouw begeven zich graag in het uitgaansleven
Met de drang naar plezier, ontmoetingen en op zoek naar....
Een flirt, dat fijne , dat ene oogcontact
Wat zich onverwachts kan voortdoen met een klein gebaar
De vrouw die verleid, de man die jaagt
Het spel keer op keer
Wie zal het deze keer zijn die het uitdaagt
De flirt brengt hun naar een eventuele volgende ommekeer
Een flirt kan een fijn gevoel brengen
Onverwachts mooi, een bevestiging, dat zich dan ontplooit
Maar kan ook verwarring en onzekerheid met elkaar vermengen
die vele vragen om zich heen strooit
De werkplek is ook een geliefde omgeving
Voor de man en de vrouw, de collega’s wel of niet van elkaar
Een ieder in zijn eigen beleving
Ervaart de flirt om zijn eigen manier, wel of niet aanvaadbaar
Ook hier misschien een fijn gevoel
Maar ook hier misschien verwarring en onzekerheid
Over wat wordt er mee bedoelt
En tasten de man en of vrouw in duisterheid
Wat doen we er niet mee of juist wel
Alle dagen opnieuw een spel naar de vraag
Is dit aanvaarbaar of gewoon een leuk duel
Dat is nu de niet serieus bedoelde versierpoging of misschien wel een hinderlaag